zoeken naar vrienden en vriendschap

Vele jaren geleden was ik op zoek naar vrienden. Veel vrienden. Mijn behoefte aan vriendschap was vermoeiend en vergeefs. Ik vergeleek mezelf met de enkele vriendinnen die ik had en ik vond dat zij er méér hadden - betere, gullere, trouwere.

Onvoorwaardelijk en vanzelfsprekend leek vriendschap te stromen bij andermans relaties. Zij hadden iets wat ik niet had. Ik miste het en ik voelde te pas en te onpas de stekende pijn wanneer deze of gene vriendin cadeautjes kreeg, op citytrip ging en zo veel meer.

Ik deed hard mijn best, maar het leverde niet veel op. Ik sloofde me uit, wachtte tot in den treure op die ene “hartsvriendin” die vaak een half uur of meer te laat kwam terwijl ik het zorgvuldig bereide eten warm hield en repte er, eenmaal zij er was, met geen woord over.

Als een slappe mus liet ik over me heengaan. Ik hoopte op exclusiviteit en duurzame banden maar incasseerde de ene sneer na de andere. Ik zocht “garanties”, een onwankelbaar engagement, en kwam bedrogen uit. Steevast werden anderen gevraagd voor reisjes en uitjes. Ik wrong me in bochten om toch maar graag gezien te worden. Als een leeg geschraapte vrucht voelde ik me en overleefde zo goed en zo kwaad als het ging van de ene luchtbel naar de volgende.

Door een volgehouden en geduldig groeiproces waarbij ik voetje voor voetje mezelf ontdekte en met nog kleinere pasjes mezelf de moeite waard begon te vinden, heb ik geleerd om thuis te komen bij mezelf. Het was een lange en schroeiende weg om te leren alleen te zijn. De eerste nacht dat ik na mijn scheiding alleen moest slapen in het veel te grote huis zal ik nooit vergeten: het was vreselijk en eng – alsof ik het onmogelijk zou overleven. Verbaasd stelde ik de volgende ochtend vast dat ik het gehaald had.

Dankzij vele gesprekken en cursussen heb ik geleerd om zélf antwoord te geven op mijn behoeften en verlangens. Ik geniet er nu van om alleen te wandelen, op m’n eentje een museum of bioscoop te bezoeken, ja, zelfs koken voor mij alleen vind ik fijn.

Vandaag ben ik dankbaar voor mijn mooie, trouwe vrienden. Zij zijn tochtgenoten, zielsverwanten, “compagnons de route”. Zij bieden antwoord op mijn behoefte aan contact, uitwisseling, diepgang, oprechtheid, groei. Wij zijn verschillende bomen met diepe wortels en uitwaaierende kruinen die ondergronds elkaar kittelen.

Sophie, PRH-vrijwilliger