U bent hier

burn-out, negatieve werksfeer, cursus PRH

E-zine: Zuurstof voor de werksfeer

De situatie op mijn werk baart me zorgen. Ik merk een aantal conflicten, openlijk of onderhuids, er heerst wat rivaliteit, er is een gebrek aan samenwerking. Hoeveel zieken hebben zich de laatste tijd niet gemeld? Hoeveel collega’s zijn er niet op zoek naar ander werk? Wat gaat er mis? Dit alles heeft een impact op mij. Ook ik ben niet gelukkig met het feit dat mijn takenpakket van bovenaf bij mij gedropt wordt zonder overleg. Maar gelukkig haal ik er nog voldoende energie uit. Toch zou ik graag deze negatieve sfeer bespreekbaar maken. Na wekenlang aarzelen, neem ik het kloeke besluit om de toestand aan te kaarten op de volgende meeting, stilaan een zeldzaamheid bij ons. Ik heb een voorstel klaar om onze dienst beter te laten functioneren. Het gaat om enkele eenvoudige ingrepen die draaien rond inspraak, overleg en vorming.  Wie kan daar tegen zijn?

Tot mijn verbazing bots ik op heel wat scepsis. L. verwijst naar al die collega’s die totaal geen probleem hebben. Hij vindt het normaal dat iedereen gewoon een tandje bijsteekt. Hij geeft zichzelf onverholen een pluim omdat hij de zaken efficiënt weet aan te pakken. De leidinggevende treedt hem bij. Elk moet zijn opdracht naar behoren uitvoeren, vindt hij. Hij ziet het nut van mijn voorstellen niet in. De overige aanwezigen knikken, sommigen werpen bedenkelijke blikken in mijn richting, anderen blijven staren naar hun laptop of hun map. Ik voel me onzeker worden. Toch herneem ik mijn argumenten. S. vraagt zich luidop af waarom ik nu weer zoveel kritiek moet spuien. Mijn onzekerheid neemt toe. Weggezet worden als criticaster terwijl ik alleen maar tot een gezondere werksfeer wil bijdragen, doet me pijn. Ik voel me ontgoocheld over het gebrek aan steun, daar waar ik de voorbije weken toch andere geluiden had opgevangen bij het koffieapparaat. Op een norse toon sluit de leidinggevende het onderwerp af. Ik moet even bekomen en houd me op de achtergrond.

De moed zinkt in mijn schoenen. Ik voel me afglijden.
Rustig blijven. Hoe kan ik terug voeling krijgen met mijn diepe kern? Mijn verlangen om de relaties, het welbevinden en uiteindelijk ook de werkefficiëntie te verbeteren is authentiek, het is mijn diepe aspiratie om alles goed te laten draaien, met een menselijke werkorganisatie en tevreden werknemers. Ja, dat verlangen blijft overeind. Ik voel alleen een diepe ontgoocheling en boosheid over de reacties van de collega’s en van de baas. Straks moet ik dit verder bekijken voor mezelf, anders dreig ik me mentaal af te sluiten.

Ik vermoed wel wat er mee speelt bij mijn collega’s. Onze baas wil beantwoorden aan wat hem gevraagd is toen hij vorig jaar in dienst kwam. Rendement bij het personeel. Dat is wat telt. En de collega’s? De reactie van L. verbaast me niet. Hij heeft altijd al de neiging gehad om op te scheppen over zijn prestaties, ook al doet hij hetzelfde werk als wij. Het is sterker dan hemzelf. Wat speelt hier mee? Dat kan ik niet voor hem invullen. De meesten neigen ernaar om de baas naar de mond te praten. Tegen hem ingaan, betekent misschien een interessante opdracht missen of minder soepelheid als de kleine ziek van school moet worden gehaald. Het is een menselijke reflex de baas niet voor het hoofd te willen stoten. Ik hoef hun reactie niet te zien als tegen mij persoonlijk gericht. De baas zelf voelt zich wellicht nog onzeker in zijn relatief nieuwe job, overleg met het team kan aanvoelen als onveilig. En er zijn ongetwijfeld nog veel meer onderliggende bewegingen, verwachtingen en behoeften aan het werk. Mijn ontgoocheling over het feit dat ze me helemaal alleen de kastanjes uit het vuur lieten halen, begint stilaan weg te ebben. Door me vanbinnen open te stellen voor de context en te proberen bekijken van waaruit ze wellicht zo gereageerd hebben, groeit er in mezelf een zekere mildheid en begrip tegenover mijn collega’s. Het brengt me tot rust en helpt me om in de omgang gewoon de draad terug op te nemen.

M. heeft me even gebeld om te zeggen dat ze van de werksfeer op onze dienst dezelfde analyse had gemaakt en dat ze blij was met mijn voorzet. Ze staat achter me. Misschien had ik mijn voorstel eerst moeten doorpraten met enkele collega’s apart, of een ballonnetje oplaten bij de leidinggevende, of misschien moet ik het aankaarten op de sociale dienst of op een hoger echelon? Gedreven als ik ben, heb ik misschien een paar stappen overgeslagen.

Onder invloed van het hedendaags management denken, gaat ons bedrijf voorbij aan persoonlijke en interpersoonlijke gevoeligheden en aan de unieke capaciteiten en aspiraties van ieder van ons. Dit is momenteel de situatie. Ik kan dat op mijn eentje niet oplossen. Maar ik kan wel opkomen voor mijn inzichten vanuit mijn plek in het geheel. Zo ben ik uiteindelijk wel blij met wat ik ondernomen heb, want ik voel dat dit slechts een eerste stap is, dat ik een opening gemaakt heb. En intussen zie ik onze leidinggevende al eens meer bij het koffieapparaat...

Epiloog: Iets in beweging brengen wanneer de werksfeer niet goed zit is niet eenvoudig, want we draaien gemakkelijk mee in de negatieve sfeer. Toch is er een andere, meer menselijke manier van omgaan met spanningen mogelijk, door wederzijds begrip en oog voor de drijfveren en de behoeften van elkeen. Ook inzicht in de eigen gevoelens en verwachtingen is daarbij een handig hulpmiddel. Ook het besef dat je kan en mag opkomen voor jouw aanvoelen en je zorg voor het geheel. Doorheen vorming en coaching reikt PRH inzichten en tools aan die je hierin op weg kunnen zetten.